Johan's Blogstek

Mijn kijk op de wereld van alledag...

Ziek van de prik

Het was mei 1970. Ik was een peuter van tweeënhalf jaar en had net een BMR-prik gehad (In die tijd was dit later dan tegenwoordig!). Daarnaast was ik al een paar dagen erg snotterig en had ik geen eetlust,maar volgens de arts op het consultatiebureau kon de BMR-prik geen kwaad. Hoe onwetend!!!

’s Nachts werd mijn moeder wakker van een vreemd soort gerochel wat uit mijn slaapkamer bleek te komen. Toen ze kwam kijken vond ze mij buiten bewustzijn, trillend in mijn bed. Vlug werd de huisarts gebeld, welke bij me diverse spuiten met glucose heeft gegeven omdat hij vermoedde dat mijn bloedsuikers te laag waren. Daarna vertrok hij met de mededeling dat het nu wel beter zou gaan…

Maar het ging niet beter! Nog die zelfde nacht werd ik per ambulance met loeiende sirene naar het ziekenhuis gebracht. Een team van kinderartsen en andere medische specialisten stond mij al op te wachten. Vanuit de ambulance werd ik met spoed naar een behandelkamer gebracht.

Inmiddels was ik in coma geraakt, wat de artsen het ergste deed vermoeden. Foto’s en een EEG wezen uit dat ik én een ernstige longontsteking had, én dat het virus dat deze veroorzaakte was overgeslagen naar mijn hersenen. Dit had de stuipen en het coma veroorzaakt. Er was dan ook totaal geen duidelijkheid hoe ik zou ontwaken, maar voor het ergste moest gevreesd worden!

Toen ik weer eenmaal langzaam uit mijn coma ontwaakte bleek de schade onomkeerbaar. Mijn benen waren totaal verkrampt, mijn armen in lichtere mate. Spreken was ernstig bemoeilijkt doordat ook de spieren in mijn tong aangetast waren. Over het verstandelijk niveau kon nog geen uitsluitsel worden gegeven. Er moest een operatie plaatsvinden om de spieren in mijn liezen door te snijden. Door de stuipen hadden deze een dusdanig zware klap gekregen dat deze helemaal verkrampt waren. De diagnose luidde dan ook: matige tot ernstige spasticiteit in de benen en armen, matige spraakbeperking.

Pas na een half jaar werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Toen begon de lange weg naar revalidatie en herstel. De aandoening had echter zijn tol geëist, want ik moest helemaal van voor af aan begin met zitten, kruipen en lopen. In de volgende anderhalf jaar zou ik drie keer in week intensieve fysiotherapie, ergotherapie en logopedie krijgen om zo de scherpste kantjes van de handicap af te halen.

Na een tijd sprak de revalidatiearts mijn moeder aan en zei dat het tijd werd om te gaan denken over een school voor mij. Bij het revalidatiecentrum was een mytylschool (school voor lichamelijk gehandicapte kinderen) aangesloten, en hij adviseerde om mij daar te plaatsen. Zo konden de lessen en therapieën op elkaar worden afgestemd en zou de lichamelijke en geestelijke belasting voor mij minder zijn.

Toen ik in augustus 1972 voor de eerste keer naar school ging kon ik weer een beetje lopen, zij het wel erg moeizaam. Een spast loopt op zijn tenen, in spitsstand. Daardoor belast hij zijn spieren anders, waardoor er ook andere klachten (bijvoorbeeld rugklachten) kunnen ontstaan. Vooralsnog was ik blij en tevreden met het resultaat want ik kon weer lopen.

(wordt vervolgd…?)

Updated: 27 mei 2014 — 09:17

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Johan's Blogstek © 2015